Rijnhard Schregardus Biografie Na zijn opleiding aan de grafische school kiest Rijnhard voor  het vrije schilderen en wel voor een specifieke vorm hiervan,  nl. het materieschilderen. De techniek bestaat uit pigment,  lijm en zand vermengen tot een homogene massa en laag  voor laag op het paneel of doek aanbrengen. In de nog  zachte massa worden structuren en lijnen gekerfd met  gebruikmaking van spatels, kwasten en ander gereedschap.  Door het afschrapen van de materie legt het schilderij als  het ware zijn ziel bloot en krijgt het de gelaagdheid die  kenmerkend is voor Schregardus manier van werken.  Rijnhard is een gedreven en hardwerkend kunstenaar welke  geen moment van de dag oningevuld laat. Zijn  inspiratiebron is het leven zelf in al zijn facetten... In de krassen zie je strijd  Verf, zand en lijm vormen de materie, waaruit Rijnhard  Schregardus zijn schilderijen opbouwt.  Hun oppervlak is daardoor als de korst van verdroogde  aarde of doet denken aan ongepolijste steen. Het heeft  kleuren aangenomen en er zijn sporen ingetrokken. Krassen  gaan over in lijnen die vormen suggereren. Soms zijn ze  herkenbaar, soms ontbreekt een duidelijke verwijzing.  Wanneer er een voorstelling zichtbaar wordt heeft die meer  het karakter van een uit de materie voortvloeiend beeld, dan  van een volgens plan ontworpen figuratie. Aandacht voor materie en het putten uit bet onderbewuste  zijn de twee belangrijkste kenmerken van het werk van  Rijnhard Schregardus.  Daarmee plaatst hij zich in bet verlengde van  typerende ontwikkelingen in de 2O-eeuwse  beeldende kunst.  Met de expressieve kwaststreek als startpunt kreeg de materie in het naoorlogse schilderen in bepaalde  kringen veel nadruk.  Schilders als Karel Appel smeerden de verf met  tubes tegelijk op het doek. Jackson Pollock maakte  enorme doeken, die bestonden uit intuïtief over het  linnen verdeelde verfdruppels, spetters en slierten.  Bram Bogart bouwde sculpturen van verf en Jaap  Wagemaker verdichtte waarnemingen van de  natuur in reliëfachtige materieschilderijen.  Jean Dubuffet transformeerde materie tot  elementaire voorstellingen met een ironische  lading.  Ook al verschillen hun intenties, de aandacht voor  materie in het werk van expressionisten en  'informele' schilders stond vooral in verband met  bet herwaarderen van de fysieke beleving als deel  van de artistieke ervaring. Kunst was geworteld in  het dagelijkse, aardse leven en dat moest je ook  op kunnen maken uit bet beeld.